De discussie over duurzame voedselproductie gaat vaak over stikstof, CO₂, technologische innovatie en veranderende consumptiepatronen. Maar een minstens zo relevante vraag krijgt minder aandacht: hoe zorgvuldig gaan we om met de dieren die we al houden?
Wij kiezen voor een principiële benadering: als een dier wordt geslacht voor voedsel, verdient het respect om zoveel mogelijk van het dier te benutten. Niet alleen de populaire delen, maar ook de minder bekende stukken. Daarmee staat niet maximale efficiëntie centraal, maar maximale waardering.
Deze manier van denken raakt aan een bredere uitdaging binnen ons voedselsysteem. Duurzaamheid gaat niet alleen over minder produceren of minder consumeren. Het gaat ook over het verminderen van verspilling, het herstellen van de verbinding tussen boer en consument en het erkennen van de werkelijke waarde van voedsel.
Misschien vraagt de voedseltransitie niet alleen om nieuwe technieken en beleid, maar ook om een andere culturele houding ten opzichte van eten. De vraag is dan niet alleen wat we eten, maar ook hoe bewust we omgaan met de herkomst ervan.
Om dit verhaal te vertellen, organiseren wij regelmatig een van Kop-tot-staart diner (in november staat de volgende op de planning). Afgelopen editie was Down to Earth magazine te gast en zij schreven een mooi artikel over het diner: https://lnkd.in/ew38Ga7R
Wat vind jij: hoort het benutten van het hele dier een vanzelfsprekend onderdeel te zijn van een duurzaam voedselsysteem?
Foto door @studiofleurt