De afgelopen twee maanden draaide een groot deel van ons werk om water. Niet om sloten, poelen of regenwateropvang, maar om ongeveer driehonderd boomstammen met shiitakemycelium. Door de aanhoudende droogte dreigde de schimmel in het hout af te sterven. Om de stammen en dus de shiitakes-oogst te redden, hebben we ze stuk voor stuk in grote bakken met water laten weken.
Dat was een flinke klus. Maar vooral ook een klus die ons aan het denken zette.
Shiitakes telen op boomstammen is in de basis een prachtig circulair proces. Het hout krijgt een nieuwe bestemming en vormt jarenlang een voedingsbodem voor paddenstoelen. In een vochtige, beschutte omgeving groeit het mycelium langzaam door de stam. Zo’n stam kan vervolgens meerdere jaren shiitakes voortbrengen.
Maar mycelium heeft vocht nodig. Wanneer het hout te ver uitdroogt, raakt de schimmel beschadigd en kan hij uiteindelijk afsterven. Tijdens een normale zomer worden de stammen geholpen door regen, schaduw en de vochtigheid van de omgeving. Deze zomer was dat niet genoeg.
Dus vulden we de bakken met leidingwater.
En juist daar begon het te wringen. Een teeltwijze die ik waardeer vanwege haar natuurlijke en circulaire karakter, werd plotseling afhankelijk van grote hoeveelheden kostbaar drinkwater. Natuurlijk wilde ik het levende mycelium en het werk dat al in de stammen zit niet verloren laten gaan. Tegelijkertijd voelde het niet goed om zoveel leidingwater te gebruiken om de teelt overeind te houden.
Ik heb dit verhaal daarom een tijd voor mij uit geschoven. Misschien omdat ik nog geen passend antwoord heb. Als erfecoloog wil ik niet alleen kijken naar wat technisch mogelijk is, maar ook naar wat ecologisch verantwoord voelt. En soms komen die twee niet vanzelfsprekend bij elkaar.
De droogte van deze zomer staat bovendien niet op zichzelf. Volgens het KNMI is de aanhoudende droogte van 2026 verergerd door klimaatverandering. Hogere temperaturen zorgen voor meer verdamping, waardoor de bodem en ook het hout sneller uitdrogen. Naarmate de aarde verder opwarmt, neemt de kans op droge zomers toe.
Dat roept een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag op: past het telen van shiitakes op boomstammen onder deze veranderende omstandigheden nog wel bij ons erf?
Misschien ligt het antwoord niet direct in stoppen of doorgaan, maar in aanpassen. Kunnen we meer regenwater opvangen en bewaren? Kunnen de stammen op een koelere, windluwe en schaduwrijkere plek liggen? Kunnen we ze anders stapelen, zodat ze minder snel uitdrogen? Of moeten we eerlijk erkennen dat een teelt die vroeger goed aansloot bij de natuurlijke omstandigheden, in de toekomst misschien te veel water en arbeid gaat vragen?
Circulair werken betekent voor mij niet dat een werkwijze voor altijd circulair blijft. Het betekent ook dat je steeds opnieuw kijkt naar de kringloop. Wat gaat erin, wat komt eruit en wat vraagt de omgeving op dit moment van ons?
Gelukkig liet diezelfde natuur deze zomer ook een heel andere kant zien. Na de regen kwam de zon, en onze pruimenbomen reageerden uitbundig. De takken hingen zwaar van het fruit. Het werd een uitzonderlijk goede pruimenoogst – veel meer dan we direct konden eten.
Dus stonden er pannen op het vuur en potjes op het aanrecht. We maakten heel veel jam. Ook dat is erfbeheer: aannemen wat de natuur op een bepaald moment in overvloed geeft en manieren vinden om die overvloed te bewaren voor later.
De shiitakestammen en de pruimenbomen vertellen samen het verhaal van dit seizoen. Aan de ene kant droogte, extra werk en twijfel. Aan de andere kant regen, zon en overvloed. Het erf geeft niet altijd wat we verwachten. Het vraagt om aandacht, aanpassing en soms om het heroverwegen van keuzes die lange tijd vanzelfsprekend leken.
Voorlopig leven de stammen nog. Maar de vraag blijft: hoe zorgen we ervoor dat niet alleen het mycelium, maar ook de manier waarop we ermee werken toekomstbestendig blijft?
— Maaike, erfecoloog